Deze maand is het zowat 5 jaar geleden dat het Britse Rover overkop ging en in Chinese handen kwam. De nu bijna vergeten Rover 3.500 SD1 werd zowat 34 jaar geleden verrassend de winnaar van de ‘Auto van het Jaar’-verkiezing. Dat gebeurde terwijl de wagen minder technologisch geavanceerd was dan de Audi 100, die in datzelfde 1976 tweede werd.

De stijl was glamoureus voor het merk, de vormen eerder atypisch. De Rover SD1 was een vijfdeurs met de looks van een fastback. Tegenwoordig komt deze trend terug, op een hoger niveau, met de BMW 5-reeks voorop. De lijnen van de SD1 zijn zichtaar geïnspireerd op de Ferrari 365 Daytona en in mindere mate op de Citroën CX.

De SD1, eigenlijk een verzamelnaam voor de luxewagens van Rover, maakte gebruik van een starre as, waarmee hij minder vooruitstrevend was dan zijn voorganger, de P6. Die minder geavanceerde technologie was vooral te wijten aan de financiële kortwieking waarmee het merk in die periode kampte. Er was geen geld om de De Dion-as in de SD1 te integreren. Ook was de pers wel vaak lovend over de gecompliceerde technologie, het koperspubliek was dat pas als het ook naar behoren werkte. Daarom koos chief engineer Spen King voor een eenvoudige en solide eenheid. Om het nadeel van de ophanging wat te compenseren, werd wel zorg gedragen voor de aandrijving. Rover koos de 3.5 V8 met 155 pk, die een top van 200 km/u aankon en de 0-100 in minder dan 9 seconden rondde. Daarmee kwam de Brit op het niveau van de Mercedes 280 SE en de Jaguar XJ6 4.2. Omdat hij minder duur was dan deze concurrenten, kon de fabriek in Solihull de vraag aanvankelijk amper aan.
Oorpsonkelijk was de Rover enkel verkrijgbaar als 3500 V8 maar een jaar na de introductie lanceert Rover de 2.300 en 2.600-versies van de SD1. Deze zescilinders zijn afgeleid van de Triumph 2500.

In 1979 krijgt de SD1 en Rover in haar geheel een fikse tik; door de oliecrisis zijn de klanten minder tuk op een benzineslurpende 3.5 V8. Maar een groter en minder tijdelijk probleem duikt op. De ‘Auto van het Jaar 1976’ is niet zo betrouwbaar als men zou verwachten. De problemen doen zich voor op vlak van de elektrische componenten, die een afwerking beneden alle pijl aantonen, maar ook de slechte anti-roestbehandeling en de onbetrouwbare nokkenassen op de V6-motoren dragen bij aan een groeiende slechte naam. British Leyland, eigenaar van Rover trekt aan de alarmbel en de Britten zetten alle zeilen bij om het blazoen terug op te poetsen. Tal van nieuwigheden worden geïntroduceerd, zoals een facelift in 1981, een 2.400 SD Turbo dieselmotor voorzien van 90 pk, een 2.0 benzinemotor en een stevige powerboost voor de V8 van Buick-origine. Die motor produceert vanaf dan 190 pk, wat van de SD1 een wel érg snelle luxeberline maakt. Toch kunnen deze wijzigingen niet voorkomen dat de verkoop van het model blijft dalen. Een amputatie ervan, gevolgd door de introductie van de meer burgerlijke maar ook beter betrouwbare 800-reeks is het gevolg.

De Rover SD1 werd later nog onder licentie gebouwd in India, al was ook dat slechts van korte duur (1986-1987). De 3.5l motor, gebruikt in de SD1 had er toen al een rijke geschiedenis opzitten. Hij werd geïntroduceerd op de Buick 215 in 1961 en werd in doorontwikkelde vorm nog tot 2004 gebruikt in de Land Rover Discovery. In uitgeboorde versie werd hij tot vorig jaar nog geplaatst in verscheidene modellen van kleine autobouwers, zoals de Westfield SEight.

Een Rover SD1 3500 werd in 1982 geprepareerd voor de BTCC door Tom Walkingshaw racing, een bedrijf van een Touringcar racer uit de jaren ’70. Dat Britse bedrijf komt nog verschillende malen op de voorgrond in de Britse autogeschiedenis, onder andere bij de ontwikkeling van de super-Jaguar XJ 220.
De slechte corrosiebehandeling en lage betrouwbaarheid van de Britse Rover SD1 zorgden ervoor dat er tegenwoordig nog weinig goede SD1’s te vinden zijn. Toch loont het de moeite om wat centjes neer te tellen, zodat je met deze exclusieve en vrij eenvoudige Brit kan rondtoeren. Prijzen zjn vrij uiteenlopend, zodat het moeilijk is om een richtprijs mee te geven.
De Estate-versie die je hier kan zien, werd oorspronkelijk wel ontwikkeld door Rover, mar haalde omwille van financiële redenen nooit het productiestadium. Het ontwerp was bedoeld om te gaan concurreren met de blokkendozen van Volvo.
In het autoprogramma Top Gear werd een Rover 3500 betrokken bij een reportage om de betrouwbaarheid van British Leyland in de jaren ’70 te staven. Tijdens de reportage kwamen verschillende mankementen aan het licht die de klanten ook als negatieve punten hadden meegegeven. Zo lekte de wagen langs allerlei kieren en spleten en verloor hij een achterdeur tijdens de test op de kasseien, een voorbeeld van de zwakke deurscharnieren.
Contacteer de redactie met straf nieuws, eigen schrijfsels, tips en suggesties.
Ik heb destijds met pijn in het hart afscheid genomen van deze SD1. Er waren teveel mankementen. En na 2 van deze Rovers vond ik het wel genoeg. Toch gaat mijn hart weer sneller kloppen als ik er een zie.
Het Top Gear programma was natuurlijk over de top! Een Rover Sd1 kan best wel over kasseien rijden zonder een achterdeur te verliezen. En dat het water er aan alle kanten in en uit loopt, tja... probeer dat eens met een andere auto uit die tijd. Vergeleken met de moderne auto's waar deurstijlen vele malen dikker en breder zijn, en afgewerkt met rubbers op alle mogelijke plaatsen is het toch ook bijna logisch.
Het is gewoon de auto van de jaren 70-80 die dit zo heeft gemaakt.
Ik rijd sinds 1998 in een SD1. Eerst dagelijks met een 2600 ruim 50.000km mee gereden tot het carosserie slecht begon te worden en tegenwoordig in de zomer met een 3500 VDP EFi. En ik kom net terug uit Engeland waar ik de BL/BLMC show heb bezocht, meer dan 60 SD'1-s verschenen daar ten tonele. Toch niet slecht voor een auto die ook nog eens Auto van het jaar was in 1976! En ik heb weer 1200km probleemloos gestuurd! in 2 dagen tijd.
Het is natuurlijk hoe je er mee omgaat, service doet, en er geen croswagen van maakt. Dan kan je alles kapot maken.
Ook ik heb in 1979/80 een Rover 3500 vandenPlas gehad en ook ja er waren enige probleempjes, zoals toen we naar scheveningen boulevard reden en aan het eind van de utrechtse baan de zijramen niet meer omhoog wilden, of ook een leuke dat als je s,avonds zeer laat tussen Chelmsford en Brentwood opeens, zomaar de ene kant al je verlichting uitvalt en je moet stoppen bij een b&b waar de mevrouw die de deur opendeed eerst naar ons en toen naar de auto keek en toen weer terug en zich omdraaide zeggend you are continentals, volgende morgen bij het instappen en de overheerlijke benzine slurpende motor gestart werkte alles weer als vanouds, of ook heel leuk met de caburateurs waarvan een geen olie meer in de demper had, nee ik heb wat beleeft met hem maar het werd te gek en ging ik over naar een Austin Princess 2200 en je kon duidelijk zien waarom de Britten het niet gingen redden, maar wat een fantastisch volk en wat een goddelijk land en wat een bloedmooie auto,s TOEN.
Mijn Vader kocht in 1978 zijn eerste SD1 3500, en heeft er tot 1999 probleemloos mee gereden.
De wagen stond nu 12 jaar stil, en wat denk je, nieuwe accu erin, verse benzine erin, en ja .
De motor liep weer na 12 jaar. ik heb er rustig mee gereden, zoals mijn vader dat zou doen. Toen hij nog leefde.
(Paul is in 2006 overleden , maar de Rover krijgt een nieuw leven)
Gaat dit voorjaar in restauratie.
Nieuwe reactie inzenden