
Vandaag is het exact 99 jaar geleden dat Anonima Lombarda Fabbrica Automobili, kortweg Alfa opgericht werd. Het bedrijf ontstond uit SAID, de Italiaanse vestiging van het Franse merk Darracq. De eerste Alfa was de 24HP, die had een 4.0 liter viercilinder van 42 pk. Vier keer zoveel als zijn spirituele Darracqvoorganger. De sportieve toon was meteen gezet.
`

Tijdens de eerste wereldoorlog verkocht het laatste Darracqfamilielid zijn aandelen aan de bank. Deze wist ze door te verkopen aan een pomp- en compressorfabrikant, Nicola Romeo. Die was succesvol met het fabriceren voor de oorlogsindustrie en zocht nieuwe fabrieksruimte. Hij kocht de overige aandeelhouders uit en kreeg het volledige bedrijf in handen. De naam Alfa verdween, auto's werden er niet meer geproduceerd. In plaats daarvan werden er tractoren, vliegtuigmotoren en spoorwegmaterieel geproduceerd onder de naam Romeo.
Na de eerste wereldoorlog stortte de oorlogsindustrie logischerwijs in. Romeo die een vaardig ondernemer was veranderde het geweer tijdig van schouder en besliste terug auto's te gaan bouwen. De onderneming veranderde van Romeo in Alfa Romeo. Dit om de band met de auto's van vroeger te hernieuwen, maar Romeo wou zijn naam, eergierig als hij was, toch bestendigen.
Om zijn naambekendheid te vergroten besliste hij het merk te laten deelnemen aan verschillende races. Omdat de successen niet uitbleven had dit ook zijn weerslag op de verkoopcijfers. Aan het hoofd van de racedivisie stond ene Enzo Ferrari, een man die zelf ook racete voor Alfa Romeo. Enzo wist Vittorio Janode, technisch directeur van FIAT te overhalen om naar het team van Alfa Romeo te verhuizen. Daar ontwikkelde die meteen een voltreffer van formaat, de Alfa Romeo P2. De auto zou het Grand Prix-motor racing maar liefst zeven jaar lang domineren.
Zo mogelijk nog indrukwekkender was de Tipo B, de opvolger van de P2. De suprematie van de Tipo B was zo groot dat de auto gedurende twee jaar elke race won waaraan deze deelnam. Iets wat tot op de dag van vandaag nog steeds ongezien is.
Maar in 1933 was de pret over en dreigde Alfa Romeo failliet te gaan. Gelukkig was daar de staatssteun van de Italiaanse regering die ervoor zorgde dat het merk kon blijven verder bestaan onder de vleugels van de overheid. Een gevolg was wel dat alle raceactiviteiten onmiddellijk gestaakt werden. Voortaan zou Enzo Ferrari's Scuderia Ferrari verder racen met Alfa's. Vijf jaar later was Alfa Romeo financieel terug sterker en werd een nieuwe fabrieksteam opgericht, genaamd Alfa Corse. Hiermee verhuisden de raceactiviteiten van bij Scuderia Ferrari, samen met Enzo zelf, terug naar Milaan. Een jaar later zou Enzo Alfa Romeo verlaten om zijn eigen divisie (Auto-Avio Construzioni) op te richten.
Na de tweede wereldoorlog moest Alfa bijna vanaf nul terug beginnen. Dit door organisatorische problemen en de vele bombardementen op fabrieken en werkplaatsen. Om die opstartfase te overbruggen werden er allerlei motoren en toestellen gefabriceerd. Zowel scheeps-, vliegtuig-, vrachtwagen- als automotoren en zelfs elektrische kooktoestellen.
Maar dit was tijdelijk, bedoeling was om de autoproductie terug van de grond te krijgen. De eerste naoorlogse auto werd de 6C 2500 Freccia d'Oro. (gouden pijl) De productie bleef kleinschalig en hoogwaardig. Van de Freccia d'Oro werden er uiteindelijk 68O exemplaren geproduceerd. Voor de Freccia d'Oro was er trouwens een kleine rol weggelegd in de filmklassieker 'The Godfather'. Omdat ze bij Alfa Romeo maar al te goed wisten wat voor voordelen er met het racen bereikt konden worden werd ook de racedivisie voorzien van nieuw spul in de vorm van de Tipo 158 of Alfetta (Italiaans voor kleine Alfa) en later de tipo 159.


Tot en met 1949 werden Alfa's kleinschalig geproduceerd en hoofdzakelijk met de hand geproduceerd. Dit veranderde het jaar daarop toen Alfa zichzelf nieuwe bedrijfsdoelstellingen oplegde. Er werd onder andere band-productie opgestart en sportieve successen moesten behaald worden met nieuwe straatauto's. Eerste resultaat daarvan was de 1900. 'De gezinswagen die races won', luidde de advertentie.
In 1950 werd de formule 1 opgericht, een kar waarop ze bij Alfa maar al te graag sprongen. De Tipo 158 en later 159 kregen Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio aan het stuur en domineerden zowel het eerste als het tweede seizoen. De markt veranderde echter en Alfa besliste om uit de formule 1 te stappen om zich verder toe te leggen op andere takken van de autosport. Meer en meer legde Alfa zich toe op het creëren van sportieve productiewagens die zonder al te veel modificaties ingezet konden worden in straatrally's, circuitraces en andere evenementen. Er werden samenwerkingen aangegaan met gerenommeerde carrosseriebouwers zoals Zagato, Bertone, Pinifarina en Carrozzeria Touring.
In de jaren 60 en 70 brak het tijdperk van de Giulia/Giulietta aan. Van de deze verschenen er naast de vierdeurs talrijke carrosserievarianten zoals Spiders, coupés (Giulia Sprint Speciale, GTAm, GTA, GT Sprint, GT Junior, Junior Zagato, GTV, etc) en stationswagens (Giardinetta). De serie werd immens populair en wordt ook nog vandaag bijzonder geliefd door het compromis tussen design, comfort en sportiviteit. Naast de Giuliareeks werd ook de door Bertone getekende Montreal gelanceerd. Een snelle coupe met het chassis van de Giulia en een 2,6 liter V8 in het vooronder.

Volgend jaar wordt Alfa Romeo 100 jaar en dat zullen ze in Milaan geweten hebben. Verschillende Alfa clubs organiseerden in samenwerking met Alfa zelf de Centennial. Een evenement dat duizenden huidige, maar vooral tijdsoriginele Alfa's van over heel de wereld naar het centrum van Milaan moet weten te brengen. Zelf viert Alfa zijn honderdjarig bestaan met de lancering van MultiAir-technologie en de Milano. Kers op de taart moet de uiterst brutale 8C Compétizione GTA worden.
Fotogalerij:
Contacteer de redactie met straf nieuws, eigen schrijfsels, tips en suggesties.
Proficiat en hopelijk mogen er nog 99 jaar bij.
knappe foto's!!
Artikel om 'U' tegen te zeggen. Heel knap.
Nieuwe reactie inzenden